D bv houdt, via stichting E, de aandelen in belanghebbende (X bv). B houdt (indirect) de aandelen D bv en is bestuurder van D bv en stichting E. D bv is de bestuurder van belanghebbende. Belanghebbende heeft een schuld van ruim € 3,5 mln aan D bv en brengt de daarover verschuldigde rente in aftrek. De inspecteur is van mening dat er sprake is van een groep in de zin van art. 2:24b BW, waarvan belanghebbende en D bv onderdeel uitmaken, en corrigeert de renteaftrek op grond van art. 10d Wet Vpb. Belanghebbende stelt dat D bv geen overheersende zeggenschap over haar heeft, omdat haar aandelen zijn gecertificeerd en niet royeerbaar zijn, zodat er geen sprake is van een organisatorische verbondenheid en ook niet van een groep in de zin van art. 2:24b BW. Rechtbank Arnhem oordeelt dat de feitelijke zeggenschap over belanghebbende bij D bv ligt. De rechtbank acht daarbij van belang dat D bv de bestuurder van belanghebbende is en dat B de enige bestuurder van D bv en stichting E is. Volgens de rechtbank heeft D bv – via B – de macht om het financiële en economische beleid ten aanzien van belanghebbende te bepalen. Volgens de rechtbank is er dan ook sprake van een groepsverband tussen belanghebbende en D bv. De inspecteur heeft dan ook terecht, onder toepassing van art. 10d Wet Vpb, de renteaftrek beperkt.
Gerelateerde artikelen
De objectieve belastingplicht van een IB-ondernemer en een VPB-plichtig lichaam
Het object van de belastingheffing is voor een IB-ondernemer en een VPB-plichtig lichaam in de basis hetzelfde. De totaalwinst wordt in de heffing betrokken en met toepassing van de regels van goed koopmansgebruik toegerekend aan de jaren.
Belastingrente te hoog… of juist te laag?
Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting onverbindend is: het percentage is te hoog. Dit arrest ziet op belastingrente die moet worden betaald. Maar welk rentepercentage geldt als de Belastingdienst juist belastingrente aan een belastingplichtige moet vergoeden?
Fonds voor gemene rekening
Een fonds voor gemene rekening (fgr) is een afgescheiden vermogen zonder rechtspersoonlijkheid. Een fonds dat kwalificeert als fonds voor gemene rekening is in beginsel zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Specialist Hein Vermeulen behandelt dit onderwerp in een nieuw fiscaal thema.
De Staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit juridische fusie 2026 uitgebracht. Dit besluit vervangt het besluit van 12 augustus 2022 (V-N 2022/41.8) en bevat het beleidskader voor de toepassing van de fiscale faciliteit bij juridische fusies op grond van art. 14b Wet VPB 1969. De meeste wijzigingen zijn verduidelijkingen en actualisaties van bestaand beleid.
De Staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit zuivere splitsing 2026 uitgebracht. Het besluit vervangt het besluit van 12 augustus 2022 (V-N 2022/41.8) en bevat het geactualiseerde beleidskader voor de toepassing van de faciliteit voor fiscaal geruisloze zuivere splitsingen van art. 14a Wet VPB 1969. De meeste wijzigingen zijn verduidelijkingen en aanpassingen aan recente wetgeving en kennisgroepstandpunten.
Fiscus heeft meer informatie nodig bij verzoek expliciete uitspraak IB en VPB
Wanneer belastingadviseurs in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting van hun klant het vakje 'expliciete uitspraak van de Belastingdienst gewenst' aanvinken, verzoekt de Belastingdienst om dan altijd ten minste het onderwerp te melden waarover een expliciete uitspraak wordt gevraagd.