Het kabinet onderzoekt of het besluit subjectieve vrijstelling VPB modernisering behoeft, zodat buitenlandse pensioenfondsen eenvoudiger gebruik kunnen maken van de vrijstelling VPB voor pensioenfondsen. Dat antwoordt Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op Kamervragen over de uitstroom van beleggers uit woningfondsen.

De Wet VPB 1969 maakt geen onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen. Buitenlandse pensioenfondsen kunnen zich beroepen op de vrijstelling in de vennootschapsbelasting als zij vergelijkbaar zijn met Nederlandse pensioenfondsen. Deze vrijstelling werkt ook door naar de dividendbelasting. Het toetsen aan de voorwaarden voor buitenlandse pensioenfondsen kan bewerkelijk zijn. Daarom wordt bekeken of het besluit aanpassing behoeft. Ook zijn recent twee kennisgroepstandpunten gepubliceerd om duidelijkheid te creëren over de toepasselijkheid van de pensioenfondsvrijstelling.

De mate waarin buitenlandse partijen, zoals pensioenfondsen, bereid zijn om te investeren in de Nederlandse woningmarkt is afhankelijk van verschillende factoren. Uit onderzoek is gebleken dat het investeringsklimaat voornamelijk is verslechterd door een stijging van de rente, de regulering van de middenhuur en minder voorspelbaar overheidsbeleid.

Om het investeringsklimaat voor private verhuurders te verbeteren wordt het tarief voor de overdrachtsbelasting verlaagd naar 7%. Voor private verhuurders die investeren in de bouw van nieuwe middenhuurwoningen investeren zoekt de Taskforce Versnelling Woningbouw naar aanvullende oplossingen om het investeringsklimaat te verbeteren.

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 5

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Belastingen van rechtsverkeer

Regelgevende instantie: Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Editie: 25 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

23

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen