Het afwegingskader is een handreiking met minimale uitgangspunten voor een zorgvuldige belangenafweging. Organisaties behouden de ruimte om het kader vorm te geven op een manier die past bij hun eigen organisatie(structuur). De belangrijkste uitgangspunten zijn:
• de verschillende belangen worden door het bestuursorgaan in beeld gebracht aan de hand van het afwegingskader;
• de motivering van de beslissing wordt schriftelijk vastgelegd;
• het besluit om hoger beroep in te stellen dient binnen het bestuursorgaan op een zodanig niveau te worden genomen dat de doelstelling van objectiviteit ten aanzien van de belangenafweging wordt behaald;
• na een besluit om in hoger beroep te gaan, wordt op begrijpelijke wijze aan de burger toegelicht waarom die stap wordt genomen;
• en als hoger beroep wordt ingesteld, worden de normen van behoorlijk procederen gevolgd.
Daarnaast gaat de staatssecretaris in op een uitspraak van de CRvB over art. 6 EVRM die aansluit bij het oordeel van de belastingkamer van de Hoge Raad uit 2005. Volgens de staatssecretaris moeten nieuwe rechterlijke uitspraken van hoogste rechtscolleges meer duidelijkheid verschaffen.
Wetingang:
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27H
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Ministerie van Justitie en Veiligheid
Editie: 26 mei
Informatiesoort: VN Vandaag