Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting tijdig is opgelegd. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet geschonden en het al dan niet bestaan van een fiscale eenheid is niet van belang voor de naheffingsaanslag.

X exploiteert een sportschool in de vorm van een VOF. Bij X vindt een boekenonderzoek plaats over de periode 2018 tot en met 2022. Naar aanleiding daarvan legt de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2019 op, bestaande uit een correctie voor privégebruik auto en een aansluitingsverschil tussen de omzet volgens de jaarrekening en de aangiften omzetbelasting. Bij uitspraak op bezwaar vermindert de inspecteur de naheffingsaanslag. X stelt beroep in.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aanslagtermijn van drie jaar niet van toepassing is omdat omzetbelasting een aangiftebelasting is waarvoor de vijfjaarstermijn geldt. De naheffingsaanslag is daarom tijdig opgelegd. De inspecteur onderbouwt het aansluitingsverschil voldoende met het controlerapport. X maakt niet aannemelijk dat het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel is geschonden en dat het al dan niet bestaan van een fiscale eenheid van belang is voor de naheffingsaanslag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 20

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 20 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen