X BV heeft sinds 1999 een vordering op haar enig directeur grootaandeelhouder (DGA). Jaarlijks wordt hierop rente bijgeboekt. De pensioenvoorziening jegens hem is vanaf 1999 onveranderd op f 311.021 (€ 141.135) blijven staan. X BV stelt dat de vordering van € 686.283 per ultimo 2019 te hoog is, omdat er vanaf 2001 teveel rente is bijgeboekt. In geschil is of zij deze “buitengewone last” op basis van de foutenleer in 2019 ten laste van haar fiscale winst kan brengen.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de volgens X BV teveel berekende rente geen balansfout is, maar enkel een onjuiste fiscale (winst)berekening. De foutenleer kan dus niet worden toegepast. X BV kan geen vertrouwen ontlenen aan het feit dat de rentecorrectie van 2015 tot en met 2018 eerder wel is geaccepteerd. X BV stelt vergeefs dat zowel de aandeelhoudersvordering als de pensioenvoorziening vanaf 2009 ten onrechte op de balans staan. Zij maakt namelijk niet aannemelijk dat de vordering in 2009 waardeloos is geworden en dat het pensioen toen niet meer voor verwezenlijking vatbaar was. De verplichting van de DGA tot het betalen van rente en aflossing kan namelijk worden verrekend met het aan hem toekomende pensioen. Het beroep van X BV is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Pensioenen, Inkomstenbelasting
Editie: 5 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag