Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken heeft het met Bangladesh gesloten belastingverdrag (Trb. 2024, 45 en Trb. 2026, 18) ter stilzwijgende goedkeuring bij de Tweede Kamer en de Eerste Kamer ingediend.

De Kamers kunnen tot en met 25 oktober 2026 de wens uiten dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen. Het verdrag is gesloten vanuit het Nederlandse beleid om ontwikkelingslanden ruimhartiger tegemoet te komen. Het nieuwe verdrag wijkt op diverse punten af van het Nederlandse standaardverdragsbeleid ten gunste van Bangladesh. Het belangrijkste gevolg is dat Bangladesh meer heffingsrechten krijgt, met name via ruimere vaste-inrichtingsregels en bronheffingen op dividenden, rente, royalty’s en technische diensten. Tegelijkertijd bevat het verdrag uitgebreide BEPS-maatregelen om verdragsmisbruik tegen te gaan. Daarmee wordt volgens de toelichtende nota een evenwicht bereikt tussen de fiscale belangen van Nederland en Bangladesh.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 5 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen