Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X met haar beroep tegen de aanmanings- en dwangbevelkosten niet in een betere positie kan komen, nu de ontvanger deze kosten reeds tot nihil vermindert. Het hoger beroep is ongegrond.

Aan X is een voorlopige aanslag IB/PVV 2024 opgelegd. Voor de inning is een betalingsherinnering gestuurd, gevolgd door een aanmanng met aanmaningskosten en een dwangbevel waarbij kosten in rekening zijn gebracht. De ontvanger verklaart het bezwaar tegen de aanmanings- en dwangbevelkosten ongegrond, maar vermindert deze uit coulance tot nihil. De bezwaren tegen de betalingsherinnering, het dwangbevel en de invorderingsrente verklaart de ontvanger niet-ontvankelijk. In geschil is of het beroep tegen de aanmaningskosten en de kosten van het dwangbevel terecht niet-ontvankelijk is verklaard en of de overige beroepen terecht ongegrond zijn verklaard.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat nu de ontvanger de kosten tot nihil vermindert en X niet voor de uitspraak op bezwaar om een proceskostenvergoeding verzoekt, het procesbelang ontbreekt voor X. Verder is geen invorderingsrente in rekening gebracht, zodat daartegen geen bezwaar openstaat. Het dwangbevel en de betalingsherinnering zijn geen voor bezwaar vatbare besluiten. De ontvanger heeft de betreffende bezwaren daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.15

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Invordering

Editie: 5 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen