X trekt in zijn aangifte IB/PVV 2020 € 14.359 eigenwoningrente af. In een overgelegde factuur staat dat de in 2020 betaalde rente € 11.137 bedraagt. Omdat X geen sluitende verklaring geeft voor het verschil corrigeert de inspecteur de renteaftrek. Over 2021 trekt X € 26.674 eigenwoningrente af. De inspecteur accepteert hiervan € 8026. In geschil is de renteaftrek over 2020 en 2021.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X onvoldoende aannemelijk maakt dat hij recht heeft op een hoger bedrag aan eigenwoningrenteaftrek over de jaren 2020 en 2021. X legt geen stukken over waaruit volgt dat hij meer rente heeft betaald dan € 11.137 (2020) dan wel € 8026 (2021). Voor zover X zich erover beklaagt dat de uitspraken op bezwaar een motiveringsgebrek bevatten, verwerpt de rechtbank dit. De inspecteur heeft voldoende gemotiveerd waarom de aftrekbare eigenwoningrente is vastgesteld op de door hem gehanteerde bedragen. X’ beroepen zijn ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 20 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag