X verricht tegen vergoeding zorgwerkzaamheden voor zijn zoon, aan wie op grond van de Jeugdwet een persoonsgebonden budget (PGB) is toegekend. X geeft deze PGB-inkomsten aan in zijn IB-aangifte over 2020, maar brengt tegelijk een bijna even groot bedrag aan kosten in aftrek voor “Inkopen training en coaching”. Volgens Rechtbank Den Haag heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan door de aangifte niet te onderzoeken. Over 2019 speelde namelijk dezelfde discussie. De inspecteur gaat in hoger beroep.
Hof Den Haag oordeelt dat wel sprake is van een nieuw feit. Ten tijde van het vaststellen van de aanslag 2020 beschikt de inspecteur nog niet over de informatie die aanleiding geeft tot nader onderzoek. Gedurende de bezwaarfase over de navorderingsaanslag 2019 ontvangt de Inspecteur voor het eerst nadere informatie over de kosten ROW. De inspecteur hoeft bij het vaststellen van de definitieve aanslag over 2020 dus nog niet in redelijkheid te twijfelen aan de juistheid van de aangifte. De door X opgevoerde kosten voor opleidingen en trainingen van zijn zoon zijn niet aftrekbaar. Er is namelijk geen rechtstreeks verband met de door X verrichte werkzaamheden en ze kwalificeren ook niet als specifieke zorgkosten. De PGB-inkomsten zijn een bron van inkomen en zijn terecht als resultaat uit overige werkzaamheden belast. Het beroep van de inspecteur is gegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.16
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 20 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag