Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat X contante betalingen ontvangt voor de verkoop van slops, omdat de administratie van de vervoerder waarop de inspecteur zich baseert onbetrouwbaar is.

X is vennoot van een VOF, samen met zijn zoon en echtgenote. De VOF exploiteert een motortankschip voor het vervoer van spijsolie. Bij reiniging van de ladingtanks ontstaat waswater (slops) met restanten olie. X laat de slops ophalen door een vervoerder die deze doorverkoopt. De inspecteur stelt dat X naast bankbetalingen ook contante betalingen ontvangt en legt navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw op, inclusief boetes. De inspecteur baseert zich op gegevens uit een strafrechtelijk onderzoek naar de vervoerder die de slops doorverkoopt. Rechtbank Den Haag vernietigt de boetebeschikkingen maar handhaaft de navorderingsaanslagen.

Hof Den Haag oordeelt dat de ontvangst van de gestelde contante betalingen niet aannemelijk is. Vaststaat dat de vervoerder sjoemelt met vocht- en vuilpercentages. De door de inspecteur aangevoerde contante betalingen zijn uitsluitend gebaseerd op gegevens uit de administratie van dit bedrijf. Volgens het hof tonen die gegevens hooguit aan dat het bedrijf zijn inkoop- en verkoopadministratie op elkaar heeft afgestemd. Daaruit volgt niet dat X de contante bedragen daadwerkelijk heeft ontvangen. Voor zover aanleiding bestaat voor een bewijsvermoeden, ontzenuwd X dit vermoeden. Het hof vernietigt de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 55

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 20 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen