Bij meer dan 50% thuiswerken moet op basis van de feiten en omstandigheden worden beoordeeld of sprake is van een vaste inrichting, en in het bijzonder of er commerciële redenen zijn om de werkzaamheden in die staat te verrichten. De staatssecretaris sluit hiermee aan bij het nieuwe OESO-commentaar van 19 november 2025. Dat commentaar moet worden beschouwd als een precisiering en verduidelijking van art. 5 OESO-modelverdrag en de eerdere commentaren daarop, en is daarom relevant voor de interpretatie van alle bestaande belastingverdragen waarbij aansluiting is gezocht bij art. 5 OESO-modelverdrag.
Daarnaast verduidelijkt het besluit de afgifte van woonplaatsverklaringen aan in Nederland gevestigde lichamen die zijn vrijgesteld van winstbelasting. Ook is in het besluit een aantal recente kennisgroepstandpunten verwerkt die onder meer gaan over de scheepvaartwinst, dividendbelasting, bronbelasting, specifieke verdragsbepalingen en de overgangsregeling voor oude inhaalverliezen in de Wet VPB 1969.
Het besluit treedt op 20 augustus 2026 in werking en vervangt het besluit van 16 juni 2023, nr. 2023-11648, V-N 2023/34.14.
Wetingang:
OECD Draft Double Taxation Convention on Income and Capital (1963) artikel 5
OECD Draft Double Taxation Convention on Income and Capital (1963) artikel 8
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 33B
Rubriek: Internationaal belastingrecht, Vennootschapsbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 20 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag