Het OESO/G20 Inclusive Framework heeft nadere administratieve richtsnoeren gepresenteerd om de uniforme toepassing van de wereldwijde minimumbelasting of Pijler 2 verder te bevorderen en rechtszekerheid bij multinationals te vergroten.

In de nadere administratieve richtsnoeren verduidelijkt het Inclusive Framework dat belastingen die voorwaardelijk of discriminatoir zijn niet kwalificeren als betrokken belastingen (‘Covered Taxes’). Belastingen die expliciet samenhangen met de toepassing van de Income Inclusion Rule (IIR) (inkomen-inclusiebijheffing over laagbelast buitenlands inkomen van buitenlandse dochterentiteiten) of de Undertaxed Profits Rule (UTPR) (onderbelastewinstbijheffing over laagbelast inkomen van buitenlandse moeder- en zusterentiteiten) kwalificeren daarom niet als betrokken belastingen. Ook bevestigt het Inclusive Framework dat de QDMTT Safe Harbour (de kwalificerende binnenlandse bijheffing veiligehavenregel) onder voorwaarden beschikbaar blijft wanneer een Qualified Domestic Minimum Top-up Tax (kwalificerende binnenlandse bijheffing) wordt berekend op basis van lokale verslaggevingsstandaarden en het fiscale jaar afwijkt van dat van de uiteindelijke moedermaatschappij.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen