De gemachtigde van X maakt bezwaar tegen zijn WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar verstuurt de uitspraak op bezwaar op 24 december 2022 via Zivver naar het e-mailadres van de gemachtigde. De gemachtigde gaat op 27 juni 2023 in beroep. Rechtbank Rotterdam verklaart het beroep niet-ontvankelijk. In beroep stelt de gemachtigde dat hij niet expliciet aan de heffingsambtenaar kenbaar heeft gemaakt dat hij via Zivver bereikbaar is.
Hof Den Haag oordeelt dat de uitspraak op bezwaar op juiste wijze is bekendgemaakt met de verzending via Zivver. Door de werkafspraak die de heffingsambtenaar en de gemachtigde van X hebben gemaakt, heeft de gemachtigde expliciet kenbaar gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is. Het beroep is te laat ingediend. Het hof overweegt daarbij dat heffingsambtenaar gebruik mocht maken van Zivver, omdat de heffingsambtenaar al eerder met de gemachtigde had gecommuniceerd via Zivver. Dat de gemachtigde geen actie heeft ondernomen toen hij er achter kwam dat hij het bericht niet kon openen, komt voor zijn rekening en risico. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 2.14
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.41
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.40
Wet waardering onroerende zaken artikel 22
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 23 september
Informatiesoort: VN Vandaag