Bij doorverkoop zonder vergoeding voor de verminderingsgrondslag van art. 13 Wet BRV 1970 verrijkt de volgende koper en verarmt de doorverkoper. Bij een bevoordelingsbedoeling is sprake van een schenking. Volgens de kennisgroepen is de waarde in het economische verkeer van een onroerende zaak gedurende zes maanden na een verkrijging waarover overdrachtsbelasting was verschuldigd hoger dan de eerdere koopsom. Dit komt doordat gedurende die periode door toepassing van art. 13 Wet BRV 1970 minder overdrachtsbelasting is verschuldigd.
In de voorgelegde casus verkoopt A een bedrijfspand twee maanden later voor hetzelfde bedrag aan zijn neef. A bedingt geen vergoeding voor het overdrachtsbelastingvoordeel. Hierdoor verarmt A en verrijkt zijn neef. Het bewust achterwege laten van een clausule over het overdrachtsbelastingvoordeel is volgens de kennisgroepen normaliter gericht op bevoordeling van de koper. In dat geval is sprake van een gift en is schenkbelasting verschuldigd. Voor zover sprake is van samenloop komt de verschuldigde overdrachtsbelasting daarop in mindering op grond van art. 24 lid 2 SW 1956.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 13
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 52
Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Belastingen van rechtsverkeer
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 9 november
Informatiesoort: VN Vandaag