De Kennisgroep successiewet stelt dat de dertigdagenclausule van art. 53 lid 4 SW 1956 ook van toepassing is als de tweede verkrijging wel aan de erfbelasting is onderworpen, maar door een vrijstelling of lager tarief geen of minder erfbelasting is verschuldigd.

Aanleiding voor het standpunt is de volgende casus: A overlijdt en zijn broer B is enig erfgenaam. De nalatenschap van A bedraagt 100 en de verschuldigde erfbelasting bedraagt (stel) 30. Binnen dertig dagen na het overlijden van A, overlijdt ook B. De erfgenaam van B is zijn echtgenoot C. De nalatenschap van B bedraagt 150 (waaronder hetgeen verkregen is uit de nalatenschap van A) en valt binnen de partnervrijstelling, waardoor C geen erfbelasting is verschuldigd. Op verzoek van C kan de door B verschuldigde erfbelasting van 30 worden verminderd tot nihil. Dat de verkrijging van C binnen de partnervrijstelling valt en C daarom geen erfbelasting is verschuldigd, maakt dit niet anders.

De dertigdagenclausule geldt niet als de eerste verkrijger een vruchtgebruik heeft verkregen, omdat dit bij diens overlijden eindigt en de aanwas naar volle eigendom niet met erfbelasting is belast.

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 53

[Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 9 november

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen