A houdt onder andere de aandelen in Holding C BV. C BV houdt alle aandelen in E BV, die op haar beurt weer aandelen houdt in diverse deelnemingen. A overlijdt op 22 maart 2016. X is een van de erfgenamen van A. X is het niet eens met de aan haar opgelegde aanslag erfbelasting naar een belaste verkrijging van € 9,8 mln. E BV heeft binnen een jaar voor het overlijden van A haar belang in een tweetal vennootschappen uitgebreid. Volgens de inspecteur komen deze uitbreidingen niet in aanmerking voor de BOR. Verder staat de omvang van de duurzaam overtollig liquide middelen en effecten ter discussie. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de BOR niet van toepassing is op de waarde van de vermogensbestanddelen voor zover de gerechtigdheid daartoe is uitgebreid in de bezitsperiode van één jaar voorafgaand aan het overlijden. Met betrekking tot de liquide middelen en effecten in de holding stelt het hof vast dat X niet aannemelijk maakt dat die effecten en liquide middelen dienstbaar zijn aan de onderneming van E BV en haar deelnemingen. X gaat in cassatie.
Advocaat-generaal Koopman concludeert dat een uitbreiding van een procentueel belang in een objectieve onderneming wél tot een nieuwe bezitstermijn leidt. De A-G verwijst daarbij naar het Horen en Zien-arrest van de Hoge Raad 30 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:137, V-N 2026/7.13). Omdat de uitbreidingen van de subjectieve gerechtigdheid minder dan één jaar voor het overlijden hebben plaatsgevonden, is in zoverre niet voldaan aan de indirecte bezitstermijn. Of sprake is van één of meerdere objectieve ondernemingen is dan niet meer relevant. Met betrekking tot de liquide middelen merkt de A-G op dat het oordeel van het hof, dat de liquiditeiten geen enkele functie vervullen binnen de door E BV en haar deelnemingen gedreven en aan de holding toegerekende onderneming, juist is. Liquide middelen die in de onderneming geen enkele functie vervullen kunnen namelijk niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. De A-G adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep ongegrond te verklaren.
Wetingang:
Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Inkomstenbelasting
Editie: 14 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag