De geraamde opbrengst van de schenk- en erfbelasting in Nederland stijgt van € 4,1 miljard in 2025 tot € 5,283 miljard in 2031. Voor de periode tot 2045 zijn geen meerjarencijfers beschikbaar. Dat blijkt uit de beantwoording van Kamervragen over het kennisthema 'vermogensoverdracht naar volgende generaties'.

De vragen zijn op het verzoek van de vaste commissie voor Financiën gesteld aan de Staatssecretaris van Financiën. Uit de reactie volgt onder meer dat de Rijksbegroting de schenk- en erfbelasting raamt als één belasting op EMU-basis. Ook blijkt dat van de gerealiseerde kasontvangsten van € 4,1 miljard in 2025 € 3 miljard uit de erfbelasting komt. Voor 2026 bedraagt de geraamde gezamenlijke opbrengst, afkomstig van de schenk- en erfbelasting, € 4,346 miljard. Daarna loopt deze op tot € 4,546 miljard in 2027, € 4,745 miljard in 2028, € 4,921 miljard in 2029 en € 5,111 miljard in 2030. In de reactie is aangegeven dat het Ministerie van Financiën de raming baseert op recente realisaties, beleidswijzigingen en economische indicatoren van het CPB.

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 1

[Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 14 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

31

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen