Het kabinet ziet geen aanleiding om af te wijken van de internationaal overeengekomen veiligehavenregels uit het OESO Side-by-Side-pakket. Dat blijkt uit de nota naar aanleiding van het verslag Wet veiligehavenregels Wet Minimumbelasting 2024 die Staatssecretaris Eerenberg van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Hoewel Amerikaanse en Europese multinationals door het Side-by-Side-pakket niet in alle gevallen gelijk worden belast, acht het kabinet de risico’s voor het gelijke speelveld beperkt. Daarbij wijst het op de onverkorte werking van de kwalificerende binnenlandse bijheffing, waardoor laagbelaste winsten in de bronstaat alsnog tot het minimumniveau van 15% kunnen worden belast.

De structurele budgettaire derving van het wetsvoorstel wordt geraamd op € 108 mln. Volgens het kabinet is deze derving aanvaardbaar vanwege het belang van een breed internationaal stelsel van minimumbelastingen, meer rechtszekerheid voor ondernemingen en een effectievere aanpak van belastingontwijking.

Uit de eerste aangiften over 2024 blijkt dat circa tweehonderd multinationals gezamenlijk € 449 mln. aan minimumbelasting hebben aangegeven over het verslagjaar 2024. Het kabinet constateert dat de opbrengsten hoger uitvallen dan oorspronkelijk geraamd, mede doordat diverse landen de minimumbelasting nog niet hebben ingevoerd. De effecten van het Side-by-Side-pakket worden in 2029 geëvalueerd binnen het OESO Inclusive Framework.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Minimumbelasting

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 14 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen