Met dit wetsvoorstel wordt het binnen het OESO Inclusive Framework (IF) overeengekomen Side-by-Side-pakket in de Wet Minimumbelasting 2024 verwerkt. Het vormt de grootste aanvullende set internationale afspraken sinds de invoering van Pijler 2.
Het Side-by-Side-pakket bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste introduceert het nieuwe veiligehavenregels voor landen die zelf geen Pijler 2-regels hebben ingevoerd, maar wel beschikken over een gelijkwaardig minimumbelastingstelsel. Ten tweede biedt het een gunstiger behandeling van bepaalde fiscale stimuleringsregelingen voor bedrijven met reële economische activiteiten. Ten derde bevat het diverse vereenvoudigingsmaatregelen die de administratieve lasten van de minimumbelasting moeten beperken.
Het kabinet kiest ervoor het pakket integraal in de Nederlandse wetgeving op te nemen. Het wetsvoorstel introduceert daarom vier nieuwe veiligehavenregels:
-
Vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel (Simplified ETR Safe Harbour)
Groepen kunnen onder voorwaarden volstaan met een vereenvoudigde berekening van het effectieve belastingtarief op basis van de financiële verslaggeving. Indien het vereenvoudigde effectieve belastingtarief minimaal 15% bedraagt, of sprake is van een vereenvoudigd verlies, blijft een bijheffing achterwege. -
Kwalificerend equivalent minimumbelastingstelsel-veiligehavenregel (Side-by-Side Safe Harbour)
Voor groepen met een uiteindelijkemoederentiteit in een jurisdictie met een door het IF erkend equivalent minimumbelastingstelsel blijven de inkomen-inclusiemaatregel (IIR) en de onderbelastewinstmaatregel (UTPR) buiten toepassing. De kwalificerende binnenlandse bijheffing (QDMTT) blijft onverkort gelden. -
Uiteindelijkemoederentiteit-veiligehavenregel (UPE Safe Harbour)
De onderbelastewinstbijheffing (UTPR) wordt op nihil gesteld voor groepsentiteiten die zijn gevestigd in de jurisdictie van de uiteindelijkemoederentiteit, mits die jurisdictie beschikt over een kwalificerend binnenlands belastingstelsel. - Kwalificerende fiscale stimuleringsregeling-veiligehavenregel (Substance-based Tax Incentive Safe Harbour)
Deze veiligehaven voorkomt dat bepaalde fiscale stimuleringsregelingen een Pijler 2-bijheffing veroorzaken. Voor de berekening van het effectieve belastingtarief worden de betrokken belastingen verhoogd met een bedrag dat aan de stimuleringsregeling is toe te rekenen. De toepassing is gemaximeerd op basis van loonkosten of materiële activa om te waarborgen dat de regeling uitsluitend ziet op activiteiten met voldoende economische substantie. Nederlandse investeringsaftrekken zoals de EIA, MIA en KIA kunnen hieronder vallen, maar de innovatiebox in beginsel niet.
Daarnaast wordt de tijdelijke kwalificerende landenrapport-veiligehaven (CbCR Safe Harbour) met één jaar verlengd, waardoor deze ook kan worden toegepast op verslagjaren die aanvangen vóór 31 december 2027 en eindigen vóór 1 juli 2029.
Verder bevat het wetsvoorstel een technische wijziging voor multinationale groepen met een verslagjaar van 52 of 53 weken.
De vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel wordt toegepast op verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025. Aan de andere veiligehavenregels wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2026.
Aan de internetconsultatie hebben wij aandacht besteed in V-N 2026/32.11.
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
-------------------------
Het belastingpakket 2027 bestaat naast dit wetsvoorstel uit de volgende wetsvoorstellen:
Prinsjesdag 2026: Belastingplan 2027
Prinsjesdag 2026: Overige fiscale maatregelen 2027
Prinsjesdag 2026: Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups
Prinsjesdag 2026: Box 3
Editie: 16 september
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Minimumbelasting
Dossiers: Prinsjesdag 2026