In dit artikel staan alle wijzigingen op het gebied van de inkomstenbelasting uit het belastingpakket 2027 per wetsvoorstel.

Belastingplan 2027

  • Koopkrachtpakket en beperkte inflatiecorrectie. De arbeidskorting wordt verhoogd, terwijl de tarieven in de eerste twee belastingschijven stijgen. Voor belastingplichtigen onder de AOW-leeftijd gaat het tarief in de eerste schijf van 35,75% naar 36,23% en in de tweede schijf van 37,56% naar 38,16%. De maximale arbeidskorting stijgt van € 5685 naar € 5929, terwijl de maximale ouderenkorting daalt van € 2067 naar € 1993. Daarnaast wordt de inflatiecorrectie in 2027 en 2028 beperkt toegepast, waardoor belastinggrenzen en heffingskortingen minder sterk stijgen dan de inflatie. In plaats van volledige indexatie wordt 48% van de tabelcorrectiefactor toegepast.

  • Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding. De maximale onbelaste reiskostenvergoeding wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De verhoging geldt niet alleen voor werknemers, maar ook voor de aftrek van zakelijke reiskosten door IB-ondernemers en resultaatgenieters. Daarnaast worden diverse forfaitaire kilometerbedragen in de inkomstenbelasting, zoals voor zorg-, vrijwilligers- en gehandicaptenvervoer, eveneens verhoogd naar € 0,25 per kilometer.

  • Overgangsregeling youngtimerregeling. De overgangsregeling voor de versobering van de youngtimerregeling in het besluit van 12 februari 2026, V-N 2026/11.7 wordt wettelijk vastgelegd. Daarin is goedgekeurd dat als een auto in 2025 reeds ter beschikking is gesteld aan een werknemer, of ter beschikking stond aan een belastingplichtige, en deze auto in het kalenderjaar van 2025 de jaargrens van 15 jaar heeft bereikt, de youngtimerregeling van toepassing mag blijven zoals deze was vormgegeven op 31 december 2025. Daarnaast wordt een technische omissie hersteld, zodat ook de waarderingsgrondslag van de regeling vanaf 2026 aansluit bij de nieuwe leeftijdsgrens van 16 jaar.

  • Geleidelijker transitiepad youngtimerregeling. De aangekondigde verhoging van de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling naar 25 jaar per 2027 gaat niet door. In plaats daarvan stijgt de grens geleidelijk van 16 naar 17 jaar per 2027 en vervolgens naar 20 jaar per 2028. Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al onder de regeling vielen, geldt overgangsrecht waardoor zij langer van de youngtimerregeling gebruik kunnen blijven maken.

  • Verhoging aftrekpercentage energie-investeringsaftrek. Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%.

  • Afschaffing startersaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 vrijwel volledig afgebouwd van € 2123 naar € 10 en per 1 januari 2028 afgeschaft. Tegelijk vervalt per 2028 de regeling voor willekeurige afschrijving voor starters. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt per 1 januari 2029 afgeschaft.

  • Afschaffing bosbouwvrijstelling. De bosbouwvrijstelling wordt per 1 januari 2029 afgeschaft.

  • Afschaffing aftrek specifieke zorgkosten. De aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten wordt per 1 januari 2028 afgeschaft. Tegelijk vervalt ook de daaraan gekoppelde tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ).

  • Verhoging belastingvrije kilometervergoeding BES-eilanden. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden de fiscale kilometervergoedingen en aftrekbare autokosten met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van USD 0,20 naar USD 0,22 per kilometer. De verhoging geldt voor de inkomstenbelasting, de onbelaste kilometervergoeding voor werknemers en de aftrek van autokosten bij buitengewone lasten.

Overige fiscale maatregelen 2027

  • Box 2-maatregelen. Met betrekking tot box 2 van de inkomstenbelasting worden twee maatregelen voorgesteld. De eerste maatregel sluit de samenloop uit van de faciliteit voor vererfd aanmerkelijk belang en een fictief regulier voordeel, om onbedoeld gebruik te voorkomen. De tweede maatregel stelt voor om in het geval van buitenlandse belastingplicht bij zetelverplaatsing naar Nederland van een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden de verkrijgingsprijs vast te stellen op de waarde in het economische verkeer. Nadere regels worden gesteld voor situaties waarin de belastingplichtige eerder ten aanzien van het aanmerkelijk belang buitenlands belastingplichtig is geweest.

Brief toekomst box 3

Het kabinet constateert dat in het parlement onvoldoende draagvlak bestaat voor een breed gedragen oplossing voor box 3 en voor de dekking van de daarmee samenhangende budgettaire kosten. Daarom wil het kabinet eerst verder overleg voeren met beide Kamers voordat definitieve keuzes worden gemaakt.

In de brief worden de volgende scenario’s besproken:

  • Scenario 1: Verbeteringen binnen de Wet werkelijk rendement box 3
    • Invoering van diverse verbeteringen in het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel, waaronder:
      • een carry-backregeling;
      • parameterwijzigingen ter verlaging van de belastingdruk in box 3;
      • verbeteringen voor belastingplichtigen bij levensgebeurtenissen zoals huwelijk en echtscheiding;
      • stimulering van duurzaam beleggen;
      • een betere behandeling van start-ups en scale-ups.
    • Deze aanpassingen nemen volgens het kabinet niet de fundamentele bezwaren tegen de vermogensaanwasbelasting weg.

  • Scenario 2: Wet werkelijk rendement box 3 als tussenstap
    • De Wet werkelijk rendement box 3 treedt in werking per 1 januari 2028.
    • Vervolgens wordt gewerkt aan een afzonderlijk wetsvoorstel voor een volledige vermogenswinstbelasting met beoogde invoering per 2030.
    • Voordeel is dat vanaf 2028 belasting wordt geheven over werkelijk rendement; nadeel is dat enkele jaren een vermogensaanwasbelasting blijft gelden.

  • Scenario 3: Intrekking Wet werkelijk rendement box 3
    • Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling blijft van kracht.
    • Per 2030 wordt rechtstreeks overgestapt naar een volledige vermogenswinstbelasting.
    • De nadelen van het forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling blijven langer van kracht.
    • Volgens het kabinet leidt dit scenario tot de hoogste cumulatieve budgettaire derving.

  • Scenario 4: Versnelde invoering van een vermogenswinstbelasting
    • Vanaf 2028 wordt voor financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties een vermogenswinstbelasting ingevoerd.
    • Voor circa 90% van het box 3-vermogen met waardeontwikkeling geldt dan een vermogenswinststelsel.
    • Vanaf 2030 volgt een volledige vermogenswinstbelasting voor de resterende vermogensbestanddelen.
    • Het kabinet wijst op aanzienlijke uitvoerings- en handhavingsproblemen, onder meer doordat banken aanvankelijk geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.

  • Budgettaire gevolgen
    • Alle onderzochte oplossingsrichtingen leiden tot aanzienlijke budgettaire derving.
    • Ook het langer voortzetten van de huidige tegenbewijsregeling heeft volgens het kabinet substantiële budgettaire gevolgen.
    • In bijlagen bij de brief zijn budgettaire effecten en mogelijke dekkingsopties uitgewerkt.

[Bron] [Bron brief box 3]

-----------------------------

Lees ook de wijzigingen uit het belastingpakket 2027 in de:

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Dossiers: Prinsjesdag 2026

Rubriek: Inkomstenbelasting

4133

Gerelateerde artikelen