In dit artikel staan alle wijzigingen op het gebied van de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en minimumbelasting uit het belastingpakket 2027 per wetsvoorstel.

Overige fiscale maatregelen 2027

  • Verduidelijking begrip publieke middelen in onderwijs- en onderzoeksvrijstelling. In de onderwijs- en onderzoeksvrijstelling in de vennootschapsbelasting wordt verduidelijkt dat geen sprake is van bekostiging uit publieke middelen als voor het verschaffen van die publieke middelen een tegenprestatie wordt gevraagd.

  • Schrappen onzakelijkheidsvermoeden in de bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit. De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 februari 2026, 22/04085, ECLI:NL:HR:2026:298, V-N 2026/11.9 geoordeeld dat het onzakelijkheidsvermoeden in de splitsingsfaciliteit niet in overeenstemming is met de Fusierichtlijn. Voorgesteld wordt de fictie in art. 14 lid 4 derde volzin Wet VPB 1969 en de fictie in art. 14a lid 6 derde volzin Wet VPB 1969 te schrappen en daarmee de onverenigbaarheid met het EU-recht weg te nemen.

  • Dividendbelasting. Teruggaafregeling dividendbelasting voor Nederlandse achterliggers in buitenlandse beleggingsinstellingen. Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024, 23/00752, ECLI:NL:HR:2024:1176, V-N 2024/40.12 wordt een teruggaafregeling voorgesteld voor Nederlandse achterliggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen (BBI) zijn gerechtigd tot Nederlandse dividenden. De voorgestelde teruggaafregeling heeft als doel Nederlandse achterliggers die van een BBI een door-uitkering van Nederlandse dividenden ontvangen economisch niet zwaarder te belasten dan Nederlandse achterliggers die van een FBI een door-uitkering van Nederlandse dividenden ontvangen. Een eerdere versie van deze teruggaafregeling was onderdeel van de Fiscale verzamelwet 2027. Deze conceptversie is in het najaar van 2025 geconsulteerd (V-N 2025/38.20.2). 

Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024

Met dit wetsvoorstel wordt het binnen het OESO Inclusive Framework (IF) overeengekomen Side-by-Side-pakket in de Wet Minimumbelasting 2024 verwerkt. Het vormt de grootste aanvullende set internationale afspraken sinds de invoering van Pijler 2. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt. Voor verschillende onderdelen geldt echter terugwerkende kracht.

Het Side-by-Side-pakket bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste introduceert het nieuwe veiligehavenregels voor landen die zelf geen Pijler 2-regels hebben ingevoerd, maar wel beschikken over een gelijkwaardig minimumbelastingstelsel. Ten tweede biedt het een gunstiger behandeling van bepaalde fiscale stimuleringsregelingen voor bedrijven met reële economische activiteiten. Ten derde bevat het diverse vereenvoudigingsmaatregelen die de administratieve lasten van de minimumbelasting moeten beperken.

Het kabinet kiest ervoor het pakket integraal in de Nederlandse wetgeving op te nemen. Het wetsvoorstel introduceert daarom vier nieuwe veiligehavenregels:

  1. Vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel (Simplified ETR Safe Harbour).
    Groepen kunnen onder voorwaarden volstaan met een vereenvoudigde berekening van het effectieve belastingtarief op basis van de financiële verslaggeving. Indien het vereenvoudigde effectieve belastingtarief minimaal 15% bedraagt, of sprake is van een vereenvoudigd verlies, blijft een bijheffing achterwege.

  2. Kwalificerend equivalent minimumbelastingstelsel-veiligehavenregel (Side-by-Side Safe Harbour).
    Voor groepen met een uiteindelijkemoederentiteit in een jurisdictie met een door het IF erkend equivalent minimumbelastingstelsel blijven de inkomen-inclusiemaatregel (IIR) en de onderbelastewinstmaatregel (UTPR) buiten toepassing. De kwalificerende binnenlandse bijheffing (QDMTT) blijft onverkort gelden.

  3. Uiteindelijkemoederentiteit-veiligehavenregel (UPE Safe Harbour).
    De onderbelastewinstbijheffing (UTPR) wordt op nihil gesteld voor groepsentiteiten die zijn gevestigd in de jurisdictie van de uiteindelijkemoederentiteit, mits die jurisdictie beschikt over een kwalificerend binnenlands belastingstelsel.

  4. Kwalificerende fiscale stimuleringsregeling-veiligehavenregel (Substance-based Tax Incentive Safe Harbour).
    Deze veiligehaven voorkomt dat bepaalde fiscale stimuleringsregelingen een Pijler 2-bijheffing veroorzaken. Voor de berekening van het effectieve belastingtarief worden de betrokken belastingen verhoogd met een bedrag dat aan de stimuleringsregeling is toe te rekenen. De toepassing is gemaximeerd op basis van loonkosten of materiële activa om te waarborgen dat de regeling uitsluitend ziet op activiteiten met voldoende economische substantie. Nederlandse investeringsaftrekken zoals de EIA, MIA en KIA kunnen hieronder vallen, maar de innovatiebox in beginsel niet.

Daarnaast wordt de tijdelijke kwalificerende landenrapport-veiligehaven (CbCR Safe Harbour) met één jaar verlengd, waardoor deze ook kan worden toegepast op verslagjaren die aanvangen vóór 31 december 2027 en eindigen vóór 1 juli 2029.
Verder bevat het wetsvoorstel een technische wijziging voor multinationale groepen met een verslagjaar van 52 of 53 weken.

De vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel wordt toegepast op verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025. Aan de andere veiligehavenregels wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2026. Aan de internetconsultatie hebben wij aandacht besteed in V-N 2026/32.11.

[Bron]

-----------------------------

Lees ook de wijzigingen uit het belastingpakket 2027 in de:

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Dossiers: Prinsjesdag 2026

Rubriek: Minimumbelasting, Dividendbelasting, Vennootschapsbelasting

138

Gerelateerde artikelen