In de voorgelegde casus belegt X, een in een andere EU-lidstaat gevestigd beleggingsfonds, indirect via een Nederlands lichaam en daarnaast rechtstreeks in Nederlands vastgoed. X beheert collectief vermogen van beleggers en is in de vestigingsstaat onderworpen aan een fiscaal neutraal regime voor collectief beleggen. Naar aanleiding van het eerdere Kennisgroepstandpunt (V-N 2025/33.11) beroept X zich op de vrijheid van kapitaalverkeer. X stelt dat zij objectief vergelijkbaar is met een regulier VPB-plichtig lichaam, omdat een FBI sinds 2025 niet meer rechtstreeks in Nederlands vastgoed mag beleggen.
De Kennisgroep volgt die redenering niet. X is objectief vergelijkbaar met een FBI. Dat een FBI niet langer rechtstreeks in Nederlands vastgoed mag beleggen, doet volgens de Kennisgroep niet af aan die vergelijkbaarheid.
Wetingang:
Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4
Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4
Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 28
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Dividendbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 16 september
Informatiesoort: VN Vandaag