Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het hoger beroep van X BV ontvankelijk is, omdat een belang bij een oordeel van de rechter over de gegrondheid van het hoger beroep blijft bestaan met het oog op een vordering tot schadevergoeding. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

De inspecteur legt X BV naheffingsaanslagen loonheffingen over oktober en november 2020 (inclusief rente- en boetebeschikkingen) op. De naheffingsaanslagen en rentebeschikkingen worden later tot nihil verminderd. X BV maakt bezwaar tegen de boetes, aanmanings- en vervolgingskosten. De ontvanger verklaart het bezwaar tegen de aanmaningskosten gegrond en kent een dwangsom toe. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, handhaaft de verminderingen, wijst verzoeken om schadevergoeding en proceskostenvergoeding af, en gelast vergoeding van het griffierecht door de ontvanger. In hoger beroep vraagt X BV om ontheffing van griffierecht wegens betalingsonmacht, uitstel van de zitting, afvoer voor de loonbelasting per 2007, overlegging van alle stukken, schadevergoeding, dwangsommen en proceskostenvergoeding.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2026/10.1.2) oordeelt dat het hoger beroep van X BV ontvankelijk is, omdat een belang bij een oordeel van de rechter over de gegrondheid van het hoger beroep blijft bestaan met het oog op een vordering tot schadevergoeding. Daarvoor is in ieder geval vereist dat X BV stelt dat zij als gevolg van de bestreden besluiten ook afgezien van de proceskosten schade heeft geleden. X BV heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij i) schade heeft geleden door het onrechtmatig handelen van de Belastingdienst bij het opleggen van de naheffingsaanslagen en ii) het niet eens is met het oordeel van de rechtbank waarin niet aannemelijk wordt geacht dat X BV schade heeft geleden door de handelwijze van de Belastingdienst. Dit betekent dat X BV een procesbelang heeft. Het hoger beroep van X BV is ontvankelijk, maar ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.73

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75

Algemene wet bestuursrecht artikel 4.18

Algemene wet bestuursrecht artikel 4.19

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 september

Informatiesoort: VN Vandaag

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen