Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X afvalstoffenheffing verschuldigd is, ook al maakt hij geen gebruik van de gemeentelijke afvalinzameling en zijn de aan zijn adres gekoppelde containers verdwenen.

X is eigenaar van een woning met woon- en kantoorgedeelte. Bij de woning horen drie afvalcontainers en in 2025 een extra papiercontainer. X sluit een overeenkomst met een zakelijke afvalverwerker voor een eigen container van 600 liter. In geschil is of de heffingsambtenaar de aanslagen afvalstoffenheffing terecht aan X oplegt, nu X stelt geen gebruik te maken van de gemeentelijke afvalinzameling.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar de aanslagen terecht oplegt. De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht en mag de kosten via afvalstoffenheffing verhalen op perceelgebruikers. Dat X eigen afvalverwerking regelt, doet daar niet aan af. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat de gemeente in 2022 al heeft meegedeeld dat het inleveren van containers niet mogelijk is. X kan uit het verdwijnen van de containers en de registratie op de website niet afleiden dat hij geen heffing meer verschuldigd is. De kosten voor de extra container en de zes ledigingen komen eveneens voor rekening van X. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet milieubeheer artikel 10.21

Wet milieubeheer artikel 15.33

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 september

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen