Omdat X na daartoe te zijn uitgenodigd, herinnerd en aangemaand, niet (tijdig) aangifte doet, legt de inspecteur een IB-aanslag 2021 op naar een BIWW van € 30.000 met een boete. Volgens X heeft zij deze brieven echter niet ontvangen en bedraagt haar BIWW slechts € 1975. Verder voert X nog een aantal formele verweren aan.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt de inspecteur het BIWW van X terecht op € 30.000 heeft vastgesteld. De boete wordt wel vernietigd. De rechtbank overweegt daarbij dat X in 2021 hypotheekrente heeft betaald voor de woning waar zij in woont en dat zij kosten heeft gemaakt om in haar levensonderhoud te voorzien. Verder hecht de rechtbank er belang aan dat X de door de inspecteur gehanteerde bedragen niet gemotiveerd heeft betwist. De boete wordt vernietigd omdat de inspecteur de verzending van de uitnodiging tot het doen van aangifte niet aannemelijk heeft gemaakt. De overige gronden, met betrekking tot onder andere schending van het hoorrecht en het motiveringsbeginsel worden verworpen.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.1
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 15 september
Informatiesoort: VN Vandaag