Het kabinet zet de volgende stap naar invoering van de Zelfstandigenwet. Met het wetsvoorstel wil het kabinet meer duidelijkheid scheppen over wanneer iemand als zelfstandige kan werken en wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wet moet schijnzelfstandigheid tegengaan en tegelijkertijd zelfstandigen en opdrachtgevers meer zekerheid bieden. Dat schrijft Minister Aartsen van Werk en Participatie aan de Tweede Kamer.

Centraal in het voorstel staat het creëren van een zogeheten ‘veilige haven’. Zelfstandigen die voldoen aan vooraf vastgestelde voorwaarden, kunnen er zeker van zijn dat zij als zelfstandige werken. De wet bevat daarvoor twee toetsen: een zelfstandigentoets, gericht op de persoon van de zelfstandige, en een werkrelatietoets, die ziet op de mate van vrijheid, onafhankelijkheid en het ontbreken van gezag binnen een opdracht. De criteria worden binnenkort gepubliceerd in een tweede internetconsultatie.

Volgens het kabinet blijft de bestaande bescherming van werknemers volledig intact. Het wetsvoorstel introduceert een bepaling die verduidelijkt wanneer geen sprake is van gezag en dus geen arbeidsovereenkomst bestaat. Daarbij wordt rekening gehouden met Europese rechtspraak over het werknemersbegrip.

Eind september 2026 wordt het wetsvoorstel voorgelegd voor uitvoeringstoetsen, een tweede internetconsultatie en toetsing door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Daarna volgt advisering door de Raad van State. Het kabinet streeft naar parlementaire behandeling in 2027 en inwerkingtreding van de Zelfstandigenwet per 1 januari 2028.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 14 september

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen