Het Letse AS Trading 4 levert aardolieproducten onder de accijnsschorsingsregeling aan Estse en Britse ondernemingen (tussenhandelaren). Deze tussenhandelaren zijn niet in Letland voor de BTW geregistreerd maar wel in Estland en het Verenigd Koninkrijk. De tussenhandelaren verkopen de aardolieproducten aan de uiteindelijke afnemers, naar wie de goederen rechtstreeks van AS Trading 4 worden vervoerd. Op de verkoop aan de tussenhandelaren past AS Trading 4 een BTW-tarief van 0% toe. Volgens de Letse fiscus is echter sprake van binnenlandse leveringen in Letland, zodat het normale BTW-tarief van toepassing is. Volgens de fiscus hebben de tussenhandelaren de eigendom van de goederen namelijk aan de uiteindelijke afnemers overgedragen voordat deze goederen vanuit de opslagplaats van AS Trading 4 naar de bedrijfslocaties van de uiteindelijke afnemers zouden worden vervoerd. De Letse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat de omstandigheden waaronder de aardolieproducten via de tussenhandelaren aan de uiteindelijk afnemers zijn geleverd niet betekenen dat de levering door AS Trading 4 aan de tussenhandelaren in Letland is vrijgesteld van BTW. Het Gerecht merkt daarbij op dat Letse rechter moet bepalen op welk tijdstip de macht om als een eigenaar over het goed te beschikken op de afnemer is overgegaan, en met name of de tweede overdracht van die macht, namelijk de tweede levering aan de uiteindelijke afnemers, heeft plaatsgevonden vooraleer het intracommunautaire vervoer is verricht.
Wetingang:
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting
Editie: 14 september
Informatiesoort: VN Vandaag