X is de jongere broer van de leider van een crimineel samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bestaat uit vijftien personen, waarvan twaalf tot dezelfde familie behoren. Uit het strafdossier Calabrese volgt dat X in 2018 en 2019 meestal werkzaamheden uitvoerde in opdracht van en onder aansturing van zijn meerderen. Hij was wel aanwezig bij overleggen, maar had geen concrete inspraak op de besluitvorming. In 2023 is X door de strafrechter veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie. In geschil is of de inspecteur terecht 1% (€ 261.278 en € 165.177) van de totale winst van het samenwerkingsverband als resultaat uit overige werkzaamheid (ROW) aan X heeft toegerekend.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X een actieve deelnemer van het samenwerkingsverband was dat zich bezig hield met de handel in hard drugs en wapens. In 2019 zijn op de diverse opslaglocaties, waaronder een ondergrondse ruimte in een bos achter een woonwagenkamp, grote hoeveelheden drugs en wapens gevonden. X heeft niet de vereiste aangiften gedaan, zodat de bewijslast wordt omgedraaid en verzwaard. De schatting van de inspecteur is redelijk. De vergrijpboeten worden wegens het overschrijden van de redelijke termijn gematigd met 20% tot € 53.061 (2018) en € 32.554 (2019).
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67D
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Strafrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 14 september
Informatiesoort: VN Vandaag