Sekswerker X is sinds 2014 dakloos. De uitnodiging tot het doen van IB-aangifte 2020 wordt verzonden naar Y, de voormalige boekhouder van X. Zijn adres staat in de systemen van de Belastingdienst namelijk geregistreerd als verplicht toezendadres. Y laat de inspecteur weten dat X niet meer zijn klant is. De inspecteur zendt vervolgens ook de herinnering en de aanmaning naar Y. X dient vervolgens een aangifte in die door de inspecteur wordt gecorrigeerd in verband met enkele contante ontvangsten. Tevens legt hij een verzuimboete op. X stelt dat de inspecteur de aanmaning naar het verkeerde adres heeft gestuurd.
Hof Amsterdam oordeelt dat het adres van Y niet als verplicht toezendadres voor X fungeert, omdat de inspecteur geen volmacht overlegt waaruit blijkt dat X dit adres als verplicht toezendadres heeft opgegeven. De verzuimboete wordt daarom vernietigd. Verder is omkering van de bewijslast volgens het hof ook niet aan de orde. De inspecteur had namelijk rekening kunnen houden met de, weliswaar te laat, ingediende aangifte, omdat hij de aanslag pas negen maanden nà het indienen van de aangifte heeft opgelegd. Het hof verlaagt de IB-aanslag vervolgens ook nog. De inspecteur maakt namelijk niet aannemelijk dat X contante ontvangsten heeft genoten. Het gelijk is aan X.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 10 september
Informatiesoort: VN Vandaag