X exploiteert van 2013 tot en met 2016 een eenmanszaak (webwinkel in verlichting en woonaccessoires) en doet spontaan aangifte IB/PVV met negatieve resultaten. Uit een boekenonderzoek blijkt dat X bankafschriften manipuleert en inkoopfacturen vervalst. Daarnaast ontbreken een opbrengstverantwoording, voorraadadministratie en deugdelijke debiteuren- en crediteurenadministratie, en voldoet X niet aan de bewaarplicht. De inspecteur legt navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 tot en met 2015 en een aanslag IB/PVV 2016 op, gebaseerd op een theoretische omzetberekening met gecorrigeerde kosten. In bezwaar dient X een door zijn broer opgestelde herziene administratie en herziene aangiften in. De inspecteur handhaaft de aanslagen. Rechtbank Gelderland vermindert de aanslagen. In geschil is de hoogte van de winst uit onderneming van X in de jaren 2013 tot en met 2016.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de administratie van X door manipulatie van bankafschriften en vervalsing van inkoopfacturen niet als betrouwbare grondslag voor de winstberekening kan dienen. De achteraf door de broer van X opgestelde herziene administratie vormt evenmin betrouwbaar bewijs, omdat achterliggende stukken ontbreken en daarin de oorspronkelijke administratie opnieuw is uitgewerkt. Bij een gebrekkige administratie mag de inspecteur volstaan met een gemotiveerde schatting. Het hof acht de in hoger beroep aangepaste schatting, gebaseerd op bancaire ontvangsten verminderd met 7% retouren en gecorrigeerde kosten, voldoende gemotiveerd. X maakt niet aannemelijk dat zijn winst lager is. Het hof vermindert de aanslagen overeenkomstig deze schatting.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.76
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.76
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 7 september
Informatiesoort: VN Vandaag