X verricht werkzaamheden als gastouder en voert in haar IB-aangiften aftrekbare kosten op. De inspecteur stelt vragen over deze kosten en neemt vervolgens een deel van de kosten niet in aanmerking. X schakelt een gemachtigde in om bezwaar te maken. In zijn uitspraken op bezwaar van 25 april 2024 maakt de inspecteur, aan de hand van NIBUD-normbedragen, een schatting van de gemaakte kosten. X gaat op 1 november 2024 in beroep en stelt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding in verband met een hartoperatie in maart 2024.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de beroepen van X niet-ontvankelijk zijn. Dat zij in maart 2024 een hartoperatie heeft ondergaan maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Daarbij wijst de rechtbank er op dat X wel reageert op een brief van 3 juni 2024 over uitstel van betaling door contact op te nemen met de Belastingdienst. Waarom zij dat niet kon doen in verband met het beroep is niet duidelijk. Dat X ervan uitging dat haar gemachtigde, naast het bezwaar, ook beroep zou instellen, maar dat niet heeft gedaan, komt voor haar rekening.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26C
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 2 september
Informatiesoort: VN Vandaag