X woont sinds 2008 in Duitsland. De inspecteur nodigt X uit tot het doen van aangifte IB/PVV 2016 en stuurt achtereenvolgens een herinnering en een aanmaning naar het correcte adres van X. Verzendrapportages tonen aan dat de aanmaning op 25 januari 2018 ter verzending aan PostNL is aangeboden. X dient geen aangifte in. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag op met een verzuimboete van € 369. X stelt de aanmaning niet te hebben ontvangen en verklaart dat poststukken hem al langere tijd regelmatig niet bereiken en maakt bezwaar. Na ongegrondverklaring van het bezwaar gaat X in beroep. In beroep vernietigt de rechtbank de verzuimboete, waarna de inspecteur hoger beroep instelt. In geschil is of de verzuimboete op grond van art. 67a AWR terecht is opgelegd, nu X stelt de aanmaning niet te hebben ontvangen.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat uit de verzendrapportage buiten redelijke twijfel vaststaat dat de aanmaning ter verzending aan PostNL is aangeboden. Hieruit vloeit het vermoeden van ontvangst voort. Het hof acht de verklaring van X dat hij de aanmaning niet heeft ontvangen geloofwaardig, maar rekent het niet ontvangen aan X toe. X weet al langere tijd dat poststukken hem regelmatig niet bereiken, maar neemt geen maatregelen om bereikbaar te zijn, bijvoorbeeld door een postbus te nemen. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de verzuimboete.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 31 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag