X huurt een woonzorgcomplex bestaande uit een hoofdgebouw (niet-woning) en 24 appartementen (woningen) voor de huisvesting van dak- en thuislozen met een indicatie voor verpleging met verblijf vanuit de Wet langdurige zorg. De appartementen beschikken over eigen sanitair en een keuken. De gemiddelde bewoningsduur per 1 januari 2022 bedraagt zeven jaar. Meerdere bewoners wonen er sinds de opening in 2013. X stelt de appartementen in bruikleen ter beschikking. De heffingsambtenaar bakent het complex af als 25 afzonderlijke WOZ-objecten. X maakt bezwaar en stelt dat sprake is van een samenstel. In geschil is of het woonzorgcomplex een samenstel vormt, in het bijzonder of X als gebruiker van de 24 appartementen geldt.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de individuele bewoners de feitelijke gebruikers van de appartementen zijn en niet X. Het hof baseert dit op de gemiddelde bewoningsduur van zeven jaar, de omstandigheid dat verschillende bewoners sinds de opening in hun appartement wonen, de doelstelling van X om bewoners langdurig een beschermd thuis te bieden en de functionele zelfstandigheid van de woonruimten. Dat geen huurcontracten met de bewoners bestaan, maakt dit niet anders, nu X de appartementen kennelijk voor langere duur ter beschikking stelt. Nu X niet als gebruiker van de appartementen geldt, is geen sprake van een samenstel en heeft de heffingsambtenaar het complex op de juiste wijze afgebakend. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 31 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag