Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk maakt dat de WOZ-waarden van een vliegtuighangar niet te hoog zijn vastgesteld. De gebruikte referentieobjecten zijn geschikt voor vergelijking en de gestelde scheurvorming vereist geen waardecorrectie.

X is eigenaar van een vliegtuighangar, gelegen op een vliegveldterrein. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor 2023 en 2024 vast, waartegen X bezwaar maakt. X voert aan dat de referenties ongeschikt zijn vanwege verschillen in oppervlakte, ligging als hoek-hangar en bereikbaarheid via een ander toegangshek. Daarnaast stelt X dat onvoldoende rekening is gehouden met scheurvorming aan de hangar. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarden met taxatiematrixen en verkoopcijfers van vier hangars op hetzelfde vliegveldterrein.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de referenties geschikt zijn voor vergelijking. Hoek-hangars vormen een bruikbare referentie omdat bij hangars, anders dan bij woningen, geluidsoverlast en privacy geen rol spelen. Drie van de vier referenties zijn via hetzelfde toegangshek bereikbaar, zodat bij de verkoopcijfers al rekening is gehouden met eventuele waardedrukkende effecten daarvan. De heffingsambtenaar hoeft geen rekening te houden met de gestelde scheurvorming, omdat X zelf aangeeft dat niets wijst op serieuze constructieve problemen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Wet waardering onroerende zaken artikel 18

Instantie: Rechtbank Midden-Nederland

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 3 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen