X is eigenaar van een voormalig agrarisch bedrijf dat sinds 2017 wordt gebruikt voor recreatieve activiteiten. Het object heeft de bestemming 'Recreatie – Speel- en leerboerderij'. Het terrein omvat onder meer een woning, diverse loodsen, een kampeerterrein, een speelweide, een recreatiehuisje en een receptie. Meerdere opstallen bevatten asbesthoudende delen. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor 2024 vast op € 821.000. X bepleit een waarde van maximaal € 441.000, gebaseerd op een gestelde afspraak tot bevriezing van de waarde op € 489.000, verminderd met verwachte sloopkosten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aan zijn bewijslast voldoet. De Taxatiewijzer Agrarisch gaat uit van parameters voor een daadwerkelijk geëxploiteerde agrarische onderneming, terwijl vaststaat dat daarvan geen sprake is. Ook de overgelegde transactiecijfers met geringe toelichting maken de waarde niet aannemelijk. X maakt zijn waarde evenmin aannemelijk, omdat de gestelde afspraak tot bevriezing niet door de heffingsambtenaar wordt bevestigd en geen aanknopingspunten in het dossier kent. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast op € 650.000.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag