Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de WOZ-waarde van de woning van X voldoende rekening heeft gehouden met de aardbevingsschade. De waarde ten opzichte van de referenties is reeds fors naar beneden bijgesteld.

De WOZ-waarde 2024 van de woning van X, die aardbevingsschade heeft, is vastgesteld op € 361.000. Deze waarde wordt na bezwaar verlaagd naar € 335.000. In beroep neemt de heffingsambtenaar het standpunt in dat de waarde € 295.000 bedraagt en onderbouwt dit met een taxatiematrix. X acht dit nog te hoog en stelt dat nog rekening moet worden gehouden met diverse kosten.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de WOZ-waarde van de woning van X voldoende rekening heeft gehouden met de aardbevingsschade. De waarde ten opzichte van de referenties is in verband met de onderlinge verschillen reeds fors naar beneden bijgesteld. Verder heeft de heffingsambtenaar nog rekening gehouden met de herstelkosten (€ 49.0000) en € 2500 wegens rompslompschade. De extra kosten die X noemt bij herstel van de schade, twee keer verhuizen, opslagkosten voor zijn inboedel, inkomensverlies omdat hij tijdelijk niet kan werken en de huur van een tijdelijk onderkomen, zijn niet van invloed op de waarde van zijn woning. Daarbij merkt de rechtbank op dat rompslompschade bij aanwezigheid van aardbevingsschade een stelpost is. Ook zal een potentiële koper niet te maken krijgen met deze kosten. De rechtbank stelt de WOZ-waarde vast op € 295.000.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 1 september

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen