De invorderingsambtenaar legt X op 14 mei 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op voor het parkeren op 8 mei 2024 zonder betaling. X betaalt niet, waarna de invorderingsambtenaar op 3 juli 2024 een aanmaning stuurt met € 9 aanmaningskosten. X heeft zich aangemeld voor de berichtenbox MijnOverheid en heeft de notificatiefunctie ingeschakeld. X stelt geen notificatie te hebben ontvangen. Uit gegevens van Logius blijkt dat op 10 mei 2024 een notificatie is verzonden, maar Logius verstrekt het e-mailadres waarnaar de notificatie is verzonden niet vanwege privacywetgeving. X maakt bezwaar en stelt beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaart. In geschil in hoger beroep is of de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening heeft gebracht, gelet op de vraag of het notificatiebericht aantoonbaar naar het juiste e-mailadres is verzonden.
Hof Amsterdam oordeelt dat geen aanmaningskosten in rekening mogen worden gebracht indien niet met voldoende zekerheid vaststaat dat de notificatie daadwerkelijk naar het door X opgegeven e-mailadres is verzonden. Die situatie doet zich hier voor, omdat niet bekend is naar welk e-mailadres de notificatie is verzonden en evenmin bekend is of zich bij de aflevering problemen hebben voorgedaan. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de wetgever waarborgen voor notificatiebezorging wenselijk heeft geacht, maar art. 2:11 lid 2 Awb pas op 1 januari 2026 in werking is getreden. Het ontbreken van die waarborgen mag niet voor rekening van X komen.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.113
Algemene wet bestuursrecht artikel 2.11
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Invordering, Belastingen van lagere overheden
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag