X parkeert op 9 december 2024 zijn auto aan een locatie in Tilburg waar betaald parkeren geldt. De controleur constateert dat X geen parkeerbelasting heeft voldaan. De heffingsambtenaar legt een naheffingsaanslag op van € 62,38. X verlengt jaarlijks zijn parkeervergunning en betaalt na ontvangst van de acceptgiro. De betaling vindt plaats op 9 december 2024. De verwerking vergt twee werkdagen, waardoor de gemeente de vergunning per 11 december 2024 verleent. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond. X gaat in beroep.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht oplegt. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake indien de vergunninghouder de verschuldigde belasting voldoet. De betaling vindt plaats op 9 december 2024 en de verwerking vergt twee werkdagen, waardoor de vergunning pas per 11 december 2024 geldig is. Het niet tijdig overschrijven van het verschuldigde bedrag komt voor rekening van X. X is zelf verantwoordelijk voor de tijdige betaling, de daaraan verbonden verwerkingstijd ligt in zijn risicosfeer. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 28 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag