Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X ontvankelijk is in zijn beroep tegen de weigering om een compensatiebeschikking op grond van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort af te geven en heropent het onderzoek naar de reden van opname in de FSV.

X is gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire en is opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Uit een door X overgelegd stuk blijken minstens vier FSV-registraties: op 15 november 2016, 13 februari 2018, 3 september 2018 en 4 september 2018. De inspecteur stelt dat de opname uitsluitend het gevolg is van een informatieverzoek van het LBIO uit 2018. X verzoekt bij brieven van februari en maart 2024 om compensatie op grond van de wet over de jaren 2012 tot en met 2019. De inspecteur wijst het verzoek af bij brief van 11 juli 2024 en verklaart het bezwaar van X op 4 oktober 2024 kennelijk niet-ontvankelijk.

In geschil is of de belastingrechter bevoegd is, of het bezwaar ontvankelijk is en of de inspecteur terecht weigert een compensatiebeschikking op grond van de wet af te geven.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de weigering om een voor bezwaar vatbare beschikking op grond van de wet te nemen gelijkstaat aan een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. De inspecteur heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank acht zich bevoegd en verwijst de uitspraak van de Raad van State van 17 juli 2024 als niet relevant omdat dat geschil op art. 8:73 Awb zag. De rechtbank heropent het onderzoek omdat zij zonder de onderliggende stukken van alle FSV-registraties niet kan toetsen of de opname verband houdt met het opnemen van een code in het redenveld van een Uitworp Gewenst. De inspecteur dient deze stukken op grond van art. 8:42 Awb te overleggen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.73

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 28 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen