De civiele kamer van Rechtbank Amsterdam oordeelt dat Y NV en A BV de aandelen Q BV moeten afnemen. Vervolgens verhoogt de rechtbank de proceskostenvergoeding met € 2.315,50, omdat Y NV en A BV in hun conclusie van antwoord een volledig onjuist citaat hebben opgenomen uit het DSM/Fox-arrest.

X BV is in gesprek met Y NV en A BV over de verkoop van de aandelen die X BV houdt in Q BV. Nadat overeenstemming is bereikt over de koopprijs, wordt overeengekomen om de aandelen Q BV in twee tranches over te dragen: de eerste tranche op 2 september 2024 en de tweede tranche op 1 juli 2025. De eerste overdracht wordt vervolgens uitgevoerd, maar de tweede niet. Y NV en A BV willen de tweede tranche niet afnemen omdat er volgens hen sprake is van dwaling dan wel bedrog. Zij beroepen zich daarbij op niet realistische omzetprognoses.

De civiele kamer van Rechtbank Amsterdam oordeelt dat Y NV en A BV de aandelen Q BV moeten afnemen. Vervolgens verhoogt de rechtbank de proceskostenvergoeding met € 2315,50, omdat Y NV en A BV in hun conclusie van antwoord een volledig onjuist citaat hebben opgenomen uit het DSM/Fox-arrest (20 februari 2004, C02/219HR, ECLI:NL:HR:2004:AO1427). De rechtbank gaat daarbij niet mee met de stelling van X BV, dat Y NV en A BV gebruik hebben gemaakt van artificial intelligence (AI), die is gaan hallucineren. Volgens de rechtbank is dat namelijk niet van belang. Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak is kwalijk, omdat dit zowel X BV als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht heeft gekost. De rechtbank begroot de daarmee gemoeide kosten op een half punt.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Rechtbank Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 26 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen