Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij voldoet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Evenmin onderbouwt X dat sprake is van een kwalificerende werkruimte.

X drijft een eenmanszaak in thuiszorgdienstverlening en verricht werkzaamheden voor een stichting als activiteitenbegeleidster. X doet aangifte IB/PVV 2021 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.656 met een omzet van € 8312. X dient vervolgens een herziene aangifte in waarin zij zelfstandigenaftrek (€ 3335), startersaftrek (€ 1062) en huisvestingskosten (€ 5700) claimt. De inspecteur merkt de herziene aangifte aan als verzoek om ambtshalve vermindering en wijst dit af. X legt in bezwaar urenoverzichten over waaruit een tijdsbesteding van 36 respectievelijk 24 tot 26 uur per week volgt. Het bezwaar wordt eveneens ongegrond verklaard. In beroep legt X zeven zorgovereenkomsten van opdracht over en beroept zij zich op de coronagoedkeuring inzake het urencriterium. In geschil is of X recht heeft op zelfstandigenaftrek en startersaftrek en of sprake is van een kwalificerende werkruimte.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij voldoet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Evenmin onderbouwt X dat sprake is van een kwalificerende werkruimte. X maakt niet aannemelijk gemaakt dat zij in 2021 meer dan 1225 uur aan haar onderneming heeft besteed. De overgelegde urenoverzichten bieden onvoldoende feitelijk inzicht in de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en zijn onderling niet consistent. Het beroep op de coronagoedkeuring slaagt evenmin, nu X in voorafgaande jaren geen aanspraak maakt op ondernemersfaciliteiten en niet blijkt dat X onder normale omstandigheden aan het urencriterium voldoet. Ten aanzien van de werkruimte heeft X haar standpunt geenszins met stukken onderbouwt. X' beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.6

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.16

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.76

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 26 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen