De geheimhoudingskamer van Hof 's-Hertogenbosch verstaat dat de door de inspecteur aangevoerde reden voor geheimhouding van de aan de geheimhoudingskamer overgelegde stukken is gerechtvaardigd. Wel wijst het hof de inspecteur erop hoe het hof de geschoonde zaken het liefst ontvangt.

X geeft in 2001 opdracht tot oprichting van Stichting Particulier Fonds Q op Curaçao. Q schenkt door haar ontvangen dividenden aan Y, de zoon van X. In zijn arrest van 24 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1641, V-N 2023/56.23.6) oordeelt de Hoge Raad dat Y schenkingsrecht is verschuldigd over deze schenkingen. In verband met de dividenduitkeringen legt de inspecteur IB-aanslagen op aan X. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de navorderingsaanslagen terecht aan X heeft opgelegd. X kon over het vermogen van de SPF beschikken als ware het zijn eigen vermogen. X gaat in hoger beroep, waarop de inspecteur een verzoek doet om beperkte kennisneming of geheimhouding. Dit betreft een niet-gepseudonimiseerd afschrift van de uitspraak van Hof 's-Hertogenbosch van 1 maart 2023 (21/00568, ECLI:NL:GHSHE:2023:1013, V-N 2023/28.1.3) en een proces-verbaal van 3 oktober 2018. Volgens de inspecteur gaat het om gegevens van derden waarvan de privacy zwaarder weegt dan het belang van X om daarvan kennis te nemen.

De geheimhoudingskamer van Hof 's-Hertogenbosch verstaat dat de aangevoerde reden voor geheimhouding van de overgelegde stukken is gerechtvaardigd. Ten aanzien van de uitspraak van 1 maart 2023 wijst het hof erop dat een gepseudonimiseerde versie van die uitspraak is gepubliceerd op rechtspraak.nl. Het hof merkt daarbij op dat voor de gepseudonimiseerde passages geldt dat het belang bij bescherming van deze (persoons)gegevens aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang dat X heeft bij kennisneming van deze gegevens. Voor het proces-verbaal van 3 oktober 2018 geldt hetzelfde. Vervolgens gaat het hof nog uitgebreid in op de wijze waarop de inspecteur de stukken had moeten schonen. Het hof verwijst daarbij naar art. 4 Procesregeling. Het hof beoogt hiermee, en met de publicatie van deze tussenuitspraak, om meer bekendheid te geven aan de wijze waarop de belastingkamers van de gerechtshoven graag zien dat invulling wordt gegeven aan een verzoek om geheimhouding dan wel beperkte kennisneming. Het hof verwijst de zaak vervolgens naar de hoofdkamer en stelt de procesdossiers daaraan ter beschikking, met uitzondering van de aan de geheimhoudingskamer overgelegde stukken.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Art. 8:29 Awb

Art. 8:42 Awb

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 24 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen