Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt na verwijzing dat alleen voor de putten van de gaswinnings- en gasbehandelingslocatie een functionele afschrijving voor abandonneringskosten in aanmerking mag worden genomen.

X BV is eigenaar van een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie bestaande uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (installaties) en infrastructuur/gebouwen. In geschil is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Rechtbank Noord-Nederland verlaagt de waarde van € 33.825.000 naar € 15.639.000 en die beslissing blijft in hoger beroep in stand. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof ’s-Hertogenbosch voor een nadere beoordeling voor a) de abandonneringskosten, b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten (HR 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:619, V-N 2025/22.14).

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt na verwijzing dat alleen voor de putten van de gaswinnings- en gasbehandelingslocatie een functionele afschrijving voor abandonneringskosten in aanmerking mag worden genomen. Uit de concessievoorwaarden blijkt namelijk dat alleen voor putten een verwijderingsplicht bestaat, maar niet voor installaties en gebouwen, omdat die onderdelen voor andere doeleinden kunnen blijven bestaan. De rechtbank paste ten onrechte een 15%-correctie toe op alle onderdelen. Voor de buiten beschouwing te laten werktuigen oordeelt het hof dat X BV na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. X BV maakt niet aannemelijk dat bij de manifold, outlet manifold, flare en LTS-unit verwijdering van kleppen, brander of warmtewisselaars mogelijk is zonder verlies van uiterlijke herkenbaarheid. Het hof volgt de percentages van de heffingsambtenaar (18%, 12%, 9% en 17%), die X BV niet afzonderlijk heeft betwist. Het hof verwerpt het standpunt van de heffingsambtenaar dat installatiekosten niet naar rato mogen worden toegerekend aan de waarde van de uit te zonderen werktuigen. Het hof schat in goede justitie de excessieve gebruikskosten voor de installaties op 12,5%. Het hof verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond en stelt de waarde vast op € 23.606.733.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Gerelateerde artikelen