X bezit de Duitse nationaliteit en woont in Nederland. X koopt in Duitsland een lot voor deelname aan de Eurojackpotloterij en wint een geldprijs van € 134.300. Hij voldoet 29% kansspelbelasting op aangifte. Het bezwaar van X tegen de voldoening op aangifte wordt door de inspecteur ongegrond verklaard. Vervolgens verklaart Rechtbank Noord-Nederland het beroep ongegrond en oordeelt dat de heffing niet leidt tot schending van het vrije verkeer van diensten, omdat Nederland binnen- en buitenlandse loterijen gelijk belast. X stelt hoger beroep in.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat geen sprake is van indirecte discriminatie of belemmering van het vrije dienstenverkeer. In Nederland wonende gerechtigden tot prijzen in Nederlandse en buitenlandse loterijen worden op gelijke wijze in de kansspelbelasting betrokken. Dat Duitsland geen vergelijkbare heffing oplegt aan daar wonende prijswinnaars, vloeit voort uit verschillen tussen nationale belastingstelsels en niet uit een door Nederland gemaakt verboden onderscheid. Op grond van art. 52 Bdvb 2001 blijft heffing bovendien achterwege indien de prijs in een andere lidstaat aan een soortgelijke belasting is onderworpen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 56
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 artikel 52
Wet op de kansspelbelasting artikel 1
Wet op de kansspelbelasting artikel 3
Wet op de kansspelbelasting artikel 5
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Kansspelbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 8 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag