Belanghebbenden zijn drie geliquideerde BV's, die steeds dezelfde groot enig aandeelhouder (DGA) hadden. Deze DGA richt aan de lopende band rechtspersonen op voor zijn handel in emballagegoederen (kratten, pallets en dergelijke) en gebruikte auto's. Zodra de bank of de Belastingdienst lastige vragen gaat stellen, volgt een turboliquidatie. Na een boekenonderzoek is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld door de FIOD, die het totale fiscale nadeel (BTW, VPB en IB) op bijna € 4 mln, heeft berekend. In geschil zijn de VPB-navorderingsaanslagen die uitsluitend zijn gebaseerd op de girale ontvangsten van de BV's.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat niet de vereiste aangiften zijn gedaan, zodat omkering en verzwaring van de bewijslast volgt. De schattingen van de inspecteur zijn redelijk en omdat de contante ontvangsten niet zijn meegeteld, zijn de aanslagen eerder te laag dan te hoog. Voor een (klein) deel van de inkoopkosten wordt voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Het beroep is slechts in zoverre gegrond. De overige gestelde (contante) inkoopkosten zijn terecht buiten aanmerking gelaten. Daarvan is namelijk geen administratie en de – inmiddels strafrechtelijk vervolgde – DGA wil over de herkomst van de inkopen geen verklaring geven.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 8 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag