X is het niet eens met een verzuimboete van € 385 voor het te laat indienen van de aangifte IB/PVV 2020. Rechtbank Gelderland verklaart zijn beroep ongegrond. X stelt dat hij de uitnodiging voor de aangifte en de aanmaning nooit heeft ontvangen en dat hij in bezwaar ten onrechte niet is gehoord.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de hoorplicht heeft geschonden maar dat de verzuimboete niettemin in stand kan blijven. X heeft in reactie op de vooraankondiging van de inspecteur laten weten dat hij gehoord wilde worden voordat uitspraak op bezwaar zou worden gedaan. Nu het horen een essentieel onderdeel vormt van de bezwaarprocedure had de inspecteur X in de gelegenheid moeten stellen om te worden gehoord ondanks dat de in de vooraankondiging gestelde reactietermijn al was verstreken. Het hof acht de verzuimboete passend en geboden gelet op de termijnoverschrijding van meer dan zes maanden. De inspecteur heeft overtuigend aangetoond dat zowel de uitnodiging als de aanmaning correct zijn verzonden naar het juiste adres en X heeft onvoldoende aangevoerd om het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen. Het hof vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens schending van de hoorplicht maar laat de rechtsgevolgen ervan (de boete) in stand.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.2
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 6 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag