De heffingsambtenaar legt X een naheffingsaanslag parkeerbelasting op van € 67,20, bestaande uit € 1,70 parkeerbelasting en € 65,50 kosten. Bijlage 2 bij de Verordening parkeerbelasting 2022 vermeldt totale kosten van € 330.417, onderverdeeld in personeelskosten, afschrijving en interest, overheadkosten en exploitatiekosten. De raming gaat uit van 3261 naheffingsaanslagen. X stelt dat de verhaalbarekostenlimiet is overschreden. Na een ongegrond bezwaar en beroep stelt X hoger beroep in.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht verschaft in de ramingen van zowel kosten als opbrengsten. De kostenposten zijn onvoldoende gespecificeerd en het geraamde aantal naheffingsaanslagen ontbeert onderbouwing. Daardoor kan onder meer niet worden vastgesteld of de geraamde baten in betekenende mate uitgaan boven de geraamde kosten. Dit leidt tot onverbindendheid van de in de verordening vastgestelde verhaalbare kosten. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 6 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag