Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de objectvrijstelling niet van toepassing is op de in het jaar 2021 door X NV behaalde winst met de vaste inrichting in de VS. Volgens de rechtbank volgt uit de overgangsregeling van art. 33b Wet VPB 1969 dat voor het vervallen van de inhaalverplichting een stakingsverlies als bedoeld in art. 15i lid 2 Wet VPB 1969 is vereist.

X NV is de moedermaatschappij van een fiscale eenheid VPB. Zij dreef in de VS een onderneming via vaste inrichting A. Deze vaste inrichting is in 2011 gestaakt. In de jaren 2012 tot en met 2014 behaalt X NV geen winst in de VS. Vanaf 1 januari 2015 drijft X NV opnieuw een onderneming in de VS via vaste inrichting B. Op grond van het Bvdb 2001 moest X NV tot 2012 een aan vaste inrichting A toerekenbaar verlies van € 71,5 mln voortwentelen naar volgende jaren. In 2021 behaalt X NV met vaste inrichting B een winst van € 3,8 mln. In geschil is of de objectvrijstelling, die sinds 2012 geldt, op grond van art. 33b lid 1 Wet VPB 1969 buiten toepassing blijft voor het bedrag van de nog in te halen verliezen of dat de inhaalverplichting op grond van art. 33b lid 3 Wet VPB 1969 is vervallen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de objectvrijstelling niet van toepassing is op de door X NV in 2021 behaalde winst uit de VS. Volgens de rechtbank volgt uit de overgangsregeling van art. 33b Wet VPB 1969 dat voor het vervallen van de inhaalverplichting een stakingsverlies als bedoeld in art. 15i lid 2 Wet VPB 1969 is vereist. Daarmee volgt de rechtbank de lezing van de inspecteur. De rechtbank verwerpt het standpunt van X NV dat de term ‘stakingsverlies’ in de context van art. 33b lid 3 Wet VPB 1969 moet worden gelezen als ‘inhaalverlies’. Naar het oordeel van de rechtbank kan de uitzondering van art. 33b lid 3 Wet VPB 1969 bovendien per definitie geen toepassing vinden wanneer een belastingplichtige vóór 2012 is opgehouden winst uit de betrokken staat te genieten. Het gelijk is aan de inspecteur. Tegen de uitspraak is sprongcassatie ingesteld (rolnr. 26/03180).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15E

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15I

Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Internationaal belastingrecht

Editie: 6 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen