X heeft rechtspersonen opgericht met als enige doel om in 2010 en 2011 met valse facturen BTW-teruggaven te krijgen en de ontvangen bedragen door te sluizen naar (buitenlandse) bankrekeningen. Rechtbank Den Haag veroordeelt X tot 15 maanden cel, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Inmiddels is X in Duitsland veroordeeld tot 12 jaren cel, die hij in Nederland uitzit. In hoger beroep zijn procesafspraken gemaakt met het OM, te resulteren in een 9 maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 2 jaren en een boete van € 5000.
Hof Den Haag corrigeert het bewezen verklaarde tot het witwassen van middellijk (medeplegen) – en dus niet onmiddellijk – uit misdrijf verkregen geldbedragen, waarvan gelet op het aantal overboekingen een gewoonte is gemaakt. De rest blijft wel onveranderd in stand. De iets andere bewezenverklaring valt binnen de bandbreedte van de procesafspraken en is voor partijen geen reden om heropening van het onderzoek te vragen. Er volgt een straf conform het afdoeningsvoorstel.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 68
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Omzetbelasting, Strafrecht
Editie: 6 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag