X BV exploiteert een golfbedrijf en maakt gebruik van een clubgebouw en een golfbaan. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op € 950.000 voor het clubgebouw en € 7.020.000 voor de golfbaan. De golfbaan ligt op meerdere percelen waarvan Stichting X eigenaar is. X BV houdt een recht van erfpacht op slechts één perceel van 113.970 m². Op de overige percelen van gezamenlijk 459.360 m² is X BV geen genothebbende. De heffingsambtenaar bakent de gehele golfbaan als één onroerende zaak af. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep ongegrond, waarna X BV hoger beroep instelt.
In geschil is of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de WOZ-waarden van het clubgebouw en de golfbaan niet te hoog heeft vastgesteld.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde van het clubgebouw niet te hoog heeft vastgesteld. Het taxatierapport van X BV bevat geen afzonderlijke bedrijfswaarde voor het clubgebouw en baseert de bedrijfswaarde niet enkel op kasstromen van de eigenaar. Ten aanzien van de golfbaan past het hof de objectafbakening aan, omdat X BV slechts genothebbende krachtens erfpacht van één perceel is en onroerende zaken met verschillende genothebbenden niet gezamenlijk één WOZ-object kunnen vormen. Geen van beide partijen levert het verlangde bewijs voor de grondwaarde van het nieuw afgebakende object. Het hof stelt de waarde van de golfbaan in goede justitie vast op € 1.250.000.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Wet waardering onroerende zaken artikel 24
Wet waardering onroerende zaken artikel 30A
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken
Editie: 6 november
Informatiesoort: VN Vandaag